Ontdek het geheim van het Zeeuwse oesterseizoen en leer wanneer je deze zilte delicatesse het best kunt proeven.
Het Zeeuwse oesterseizoen start in september en loopt tot en met april. En dat proef je! Tussen mei en augustus plant de oester zich voort: het ‘melken’. Het water in de schelp is dan troebel en dat maakt de oester er niet lekkerder op.
Oesterseizoen wanneer?
September is de maand waar vele liefhebbers van oesters naar uitkijken. Dan start officieel het oesterseizoen in Yerseke, Zeeland. Yerseke is de plek waar de meeste oesterbedrijven te vinden zijn, je kunt zeggen dat Yerseke de oesterhoofdstad van Nederland is. De Oesterputten in Yerseke worden gebruikt door schaal- en schelpdierkwekers, die hun oesters in de oesterputten “tot rust” laten komen. Deze oesters zijn hiervoor opgevist uit de wateren van de Oosterschelde en de Grevelingen.
Onze Nederlandse oesters, de Japanse en de Platte oester, komen uit de Waddenzee, de Grevelingen en de Oosterschelde.
Hoe zit het met die ‘R in de maand’?
De watertemperatuur wordt in de zomermaanden warmer, hierdoor worden de oesters melkig. Zeestromingen en de watertemperatuur hebben effect op de oesters en de consumptiekwaliteit. Dit betekent niet dat alle oesters ineens niet eetbaar zijn! Elk gebied waar oesters groeien en gekweekt worden is hierin verschillend. Het hele jaar rond zijn er top oesters te krijgen en eten.
Een melkige oester herken je aan het zeewater rondom de oester in de schelp. Is het zeewater niet volledig helder, dan kun je ervan uitgaan dat de oester melkig is, we raden je dan ook aan deze niet te eten. Vergis je niet… een mooie, dikke oester is gewoon vol van vlees, eiwitrijk en vaak filmend van smaak, deze is niet melkig!
Het oesterseizoen voor de Zeeuwse platte oester loopt van september tot april. Ze zijn dus verkrijgbaar in de maanden met de R. Het Franse woord voor oester is ‘huître’ en verwijst hier naar. Letterlijk vertaald betekent dit woord 8 ‘R’-en.
Ken jij de volkswijsheid dat je oesters alleen kunt eten als er een ‘r’ in de maand zit? Het is een oud verhaal en er bestaan verschillende versies. Onze favoriet dateert uit het tijdperk van Lodewijk XIV, waar aan het hof oesters verslonden werden. Vanaf de kust van Bretagne reden er karren vol met oesters naar Versailles. Die reis duurde te lang en ‘s zomers was het lastig de oesters te koelen. Dit ging ten koste van de kwaliteit, waardoor de adel regelmatig ziek werd. Hierop zou bedacht zijn dat er maar acht maanden – huît mois- per jaar oesters gegeten mochten worden, van september tot en met april. Zo is vast het Franse woord voor oester ontstaan: ’Huître’!

Plaats een reactie